Blog

Blog met verhalen over actuele waarnemingen van zeldzame vogels in België.

Februari/Février 2021

4 maart 2021  ·  Joachim Pintens  ·  788 × bekeken

Version française ci-dessous!

Hoewel februari doorgaans geen maand is die druist van de zeldzaamheden, is het toch altijd een erg spannende periode. Enerzijds kan het nog stevig winteren en lijkt de lente nog veraf, anderzijds begint de noordwaartse trek weer op te leven met de eerste Ooievaars en Grutto’s die arriveren. De tweestrijd tussen winter en lente hebben we in extreme vorm mogen meemaken, de ene week een winterprik van jewelste en de week erna stralend lenteweer. Het heeft voor massale verplaatsingen gezorgd in de vogelwereld, en hoewel het geen bom van een dwaalgast heeft doen inslaan, was er toch weer van alles te zien dat het vermelden meer dan waard is!

Overzicht

De ‘zwemvliezen’, zoals onze noorderburen het zo mooi verwoorden, deden het wat rustiger aan deze maand. Op 11 februari vlogen er twee Witbuikrotganzen (Branta bernicla hrota) langs Nieuwpoort (WV), en op 13 februari bracht het groepje van 11 Witbuiken nog eens een bezoekje aan de golfbrekers voor Het Zwin, Knokke (WV). Tussen 11 en 19 februari verbleef er een Roodhalsgans (Branta ruficollis) in de ruime omgeving van de IJzervallei (WV), en op 17 februari doken er maar liefst 3 op in de Bourgoyen te Gent (OV). Dat de Bourgoyen soms een beetje lijkt op een openlucht-watervogelcollectie spreekt enigszins in het nadeel van deze vogels, maar wie weet is dat wel volledig onterecht!

Roodhalsgans Branta ruficollis, Pollinkhove, 11 februari 2021 (©Koen Devos)

Er zijn maar heel weinig waarnemingen van Kuifaalscholvers (Phalacrocorax aristotelis) deze winter, maar ze zijn er wel! Wie ze wil zien moet alleen wel even een paar mijl ver op zee zien te geraken ter hoogte van Zeebrugge (WV), want daar wist Hilbran onderstaande vogels te fotograferen.De ontdekking van een Zwarte Ibis (Plegadis falcinellus) in een slootje te Nieuwkerke (WV) door Marijn Vanloosveldt is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk te noemen! De vogel liet zich tot op enkele meters bewonderen, zich warmend aan het winterzonnetje. Op zoek gaan naar Velduilen, waar Marijn naar eigen zeggen mee bezig was, is blijkbaar dé methode om zeldzaamheden te vinden. Na de Rotszwaluw van de Bourgoyen vorig jaar en de Bonte Kraai te Elversele vorige maand, nu deze!

Kuifaalscholver Phalacrocorax aristotelis, Noordzee, 23 februari 2021 (©Hilbran Verstraete)

Je kan tegenwoordig de deur al niet meer uitkomen zonder tegen een Zeearend (Haliaeetus albicilla) aan te blunderen, of iets genuanceerder verwoord, ze doen het bijzonder goed! Op 2 februari scheerde er één over de snelweg te Sint-Denijs-Westrem (OV), op 8 februari vloog een jonge vogel over Neerijse (VB) en een dag later vloog er dan weer een subadulte vogel over Sint-Andries (WV). In de nacht van 11 op 12 februari overnachtte een gezenderde vogel die vorig jaar in Nederland geboren was in het Meerdaalwoud te Oud-Heverlee (VB) en op 12 februari werd deze vogel toevallig opgepikt bij Baasrode (OV) toen hij weer richting Nederland vloog. Op 13 februari werd een eerste jaars op drie plekken gezien tussen Mechelen (AN) en Bornem (AN), op 17 februari verbleef eveneens een eerste jaars in het Zwin te Knokke (WV), op 19 februari werd er weer ééntje boven Bornem (AN) gezien en tussen Doel (OV) en Kieldrecht (OV), in de volksmond ook wel ‘Linkeroever’ genaamd, werden opnieuw minstens 2 exemplaren gezien tussen 20 en 27 februari.

Wanneer je Ruigpootbuizerd (Buteo lagopus) op de voorpagina van waarnemingen.be ziet verschijnen, mag je er al bijna van uitgaan dat het wel een gewone Buizerd zal zijn. Bij dezen een oproep om bij twijfel eerst eens goed tussen deze foto's te kijken of jouw type vogel daar niet tussen staat. Het was dan ook een heuse verademing wanneer een prachtig gedocumenteerd adult mannetje op het beeldscherm verscheen bij het openklikken van een waarneming bij Elsenborn (LG) op 27 februari! Het was de enige Ruigpoot met bewijs deze maand, het blijft dan ook een zeldzame wintergast.

Zeearend Haliaeetus albicilla, Doel, 20 februari 2021 (©Ronny De Malsche)

Ruigpootbuizerd Buteo lagopus, Elsenborn, 27 februari 2021 (©Koen Lepla)

We lichtten al een tipje van de sluier op in het overzicht van januari, maar omdat het verhaal zich voornamelijk in februari afspeelde is het nu dus tijd voor het vervolg. We hebben het natuurlijk over de Amerikaanse Oeverloper (Actitis macularius) van de Meren van de Eau d’Heure te Cerfontaine (NA)! Nu de winter stilaan op zijn einde loopt kunnen we wel zeggen dat dit de knaller van het seizoen was, en dat laat zich zien in de statistieken. Vanaf de ontdekking tot en met 10 februari, de laatste dag dat hij gezien was, zakten maar liefst een 250-tal vogelliefhebbers af naar dit indrukwekkende gebied. Het was dan ook voor velen nog een nieuwe soort, zeker voor zij die de enige andere twitchbare vogel (Antwerpen Linkeroever, 2011) gemist hadden. Dat de vogel midden in de winterprik vertrok was hopelijk een natuurlijke reflex en geen gevolg van verstoring. In ieder geval kan niet vaak genoeg herhaald worden dat bij vogels kijken – en voornamelijk bij het twitchen – te allen tijde rekening gehouden moet worden met de vogel maar evengoed ook met anderen die de vogel ook graag in zijn normale doen willen kunnen bekijken.

Amerikaanse Oeverloper Actitis macularius, Cerfontaine, 5 februari 2021 (©Axel Smets)

Amerikaanse Oeverloper Actitis macularius, Cerfontaine, 10 februari 2021 (©Christian Vandeputte)

Amerikaanse Oeverloper Actitis macularius, Cerfontaine, 3 februari 2021 (©Olivier Dupont)

Amerikaanse Oeverloper Actitis macularius, Cerfontaine, 7 februari 2021 (©Vincent Legrand)

Je hebt enerzijds meeuwenfanaten, onder te verdelen in zij die er bijzonder veel van kennen en zij die er bijzonder veel van zouden wíllen kennen, en anderzijds degenen wiens kennis niet veel verder reikt dan ‘zeemeeuw’. Beide kampen verenigen zich wanneer er een zeldzame meeuw opduikt, want zeg nu zelf, van zo’n Kleine Burgemeester (Larus glaucoides) kan je toch moeilijk niet enthousiast worden! Mark Jacobs mocht zich gelukkig prijzen toen er op 10 februari in Koksijde (WV) maar liefst twee verschillende Kleine Burgemeesters langsvlogen op een kwartiertje tijd!

Nog tot 19 februari werd er een Grote Pieper (Anthus richardi) gezien in het Zwin te Knokke (WV), wat dus wil zeggen dat hij de koudegolf overleefd heeft! Minder goed nieuws uit het Vicognepark te Bredene (WV) want daar laat Bruno de Bruine Boszanger (Phylloscopus fuscatus) al sinds 11 februari niets meer van zich horen. De geruchten doen de ronde dat hij het niet gehaald heeft, maar we maken ons sterk dat hij misschien toch warmere oorden wist op te zoeken. Een vaststaand feit is hoe dan ook dat het voortaan stil gaat zijn in het Vicognepark, zonder Bruno’s vrolijke roep. Het ga je goed! Dit was de langst aanwezige Bruine Boszanger ooit vastgesteld in ons land, ontdekt op 13 november 2020 en dus met een verblijf van maar liefst 3 maanden! Op de laatste dag van deze maand, 28 februari, werd er een Pallas’ Boszanger (Phylloscopus proregulus) ontdekt in de Everbeekse Bossen te Everbeek (OV). Verder werden er nog meerdere Siberische Tjiftjaffen (Phylloscopus collybita tristis) gezien. Op 2 februari bij Geel (AN), op 5 februari te Sterrebeek (BR), van 11 tot 14 februari te Moorsele (WV) en op 23 februari in Herseaux (HA).

Siberische Tjiftjaf Phylloscopus collybita tristis, Sterrebeek, 5 februari 2021 (©Vincent Legrand)

De Bonte Kraai (Corvus cornix) van Kortemark (WV) bleef nog de hele maand aanwezig in de omgeving. Op 12 februari werden te Assebroek (WV) de enige 4 Pestvogels (Bombycilla garrulus) deze maand gezien, en kort na de ontdekking bleken ze zelfs alweer onvindbaar. Dat bewegingen van Pestvogels richting onze contreien nauwelijks gestuurd worden door koude, is bij dezen wel duidelijk. Het lijkt erop dat er nog meer dan voldoende besjes te vinden waren daar in het noorden, en daar kunnen we natuurlijk niet kwaad om zijn!

Waar we wel kwaad om kunnen zijn, met een welgeplaatste knipoog, is het feit dat de Rotskruiper (Tichodroma muraria) van Dinant (NA) een ontzettende lastpak is om te twitchen! Na dagen of zelfs weken afwezigheid duikt hij plots weer op in het stadje, alsof hij nooit weggeweest is. Dan plan je een tripje te maken om deze unieke vogel te gaan bekijken, is hij weer in geen velden of wegen te bekennen! Tussen 10 en 16 februari werd hij in elk geval meerdere dagen gezien, en liet hij zich soms prachtig bekijken voor een aantal gelukkigen.

Rotskruiper Tichodroma muraria, Dinant, 13 februari 2021 (©Christian Vandeputte)

Gezocht in maart

De winter heeft natuurlijk wel zijn charme, maar met het mooie weer waar we de afgelopen weken van mochten proeven, beginnen de lentekriebels toch wel echt op te spelen. En dat is bij vogels niet anders! De migratie is alweer volop aan de gang, en dat houdt natuurlijk ook in dat er meer beweging komt in de zeldzaamheden. De ideale periode breekt aan om tussen de Wintertalingen op zoek te gaan naar de Amerikaanse versie met witte verticale streep op de zijborst, en als je echt voor een uitdaging wil gaan, probeer er dan zeker eens een vrouwtje uit te pikken! Voor wie nog niet echt het voorjaarsgevoel te pakken heeft, volstaat het wellicht om erbij stil te staan dat we binnenkort zelfs de eerste Griel (Burhinus oedicnemus) kunnen verwachten! Maar zo’n twitchbare arend zoals de Steenarend (Aquila chrysaetos) die recent in Nederland verbleef, dat is natuurlijk nog van een ander niveau. En die gebeurtenis is misschien minder veraf dan we denken. Waarnemingen van Steenarenden bij ons zitten de laatste jaren duidelijk in de lift, en de bedenking dat de soort rond de eeuwwisseling in het laagland van Denemarken is beginnen broeden opent misschien wel perspectieven! Ook leuk is een Havikarend (Aquila fasciata) die vermoedelijk al de hele winter in Denemarken verblijft, en ooit wel eens terug zal moeten naar de broedgebieden. Maart lijkt er alvast de goeie maand voor. Wát er precies gezien gaat worden deze maand weet niemand, maar dát er wat gezien gaat worden staat als een paal boven water!

Steenarend Aquila chrysaetos, Housta, 18 maart 2020 (©Sacha D'Hoop)

Joachim Pintens

Version française

Bien que février ne soit généralement pas un mois grouillant de raretés, ça n'en reste pas moins une période très excitante. D'un côté, l'hiver se fait toujours sentir et le printemps semble encore lointain, de l'autre, la migration vers le nord commence déjà avec l'arrivée des premières cigognes et Barges à queue noire. Cette joute entre l'hiver et le printemps nous l'avons vécue sous une forme extrême : une semaine un coup de froid intense, et la suivante un temps printanier ensoleillé. De quoi provoquer des mouvements massifs chez la gent ailée. Et bien que cela n'ait pas livré de rareté majeure, nous avons pu profiter de beaucoup de choses qui méritent d'être mentionnées !

Aperçu

C'était un peu plus calme chez les anatidés ce mois-ci. Le 11 février, deux Bernaches à ventre pâle (Branta bernicla hrota) passaient devant Nieuport (WV), et le 13 février, un groupe de 11 visitait de nouveau les brise-lames devant le Zwin, à Knokke (WV). Entre le 11 et le 19 février, une Bernache à cou roux (Branta ruficollis) stationnait dans les environs de la vallée de l'Yser (WV), et le 17 février, trois oiseaux étaient présents dans le Bourgoyen à Gand (OV). Dire que le Bourgoyen ressemble parfois à une volière de plein air est un peu désobligeant pour ces oiseaux, mais ce n'est peut-être pas totalement injustifié !

Bernache à cou roux Branta ruficollis, Pollinkhove, 11 février 2021 (©Koen Devos)

Il y a eu très peu d'observations de Cormoran huppé (Phalacrocorax aristotelis) cet hiver, mais ils sont là ! Si vous voulez les voir, il vous suffit de vous rendre à quelques kilomètres au large de Zeebruges (WV), où Hilbran a photographié les oiseaux ci-dessous. Qualifier de remarquable la découverte d'un Ibis falcinelle (Plegadis falcinellus) dans un fossé à Nieuwkerke (WV) par Marijn Vanloosveldt est un euphémisme. L'oiseau s'est laissé admirer jusqu'à quelques mètres, se réchauffant dans la lumière du soleil d'hiver. Chercher le Hibou des marais, comme Marijn le faisait, semble être la meilleure méthode pour trouver des raretés. Après l'Hirondelle de rochers à Bourgoyen l'année passée et la Corneille mantelée à Elversele le mois dernier, maintenant ceci !

Cormoran huppé Phalacrocorax aristotelis, Mer du Nord, 23 février 2021 (©Hilbran Verstraete)

Il est devenu impossible de sortir de chez soi sans voir un Pygargue à queue blanche (Haliaeetus albicilla) ! Ou pour le dire de façon plus nuancée, l'espèce se porte très bien ! Le 2 février, un oiseau survolait l'autoroute à Sint-Denijs-Westrem (OV), le 8 février, un oiseau juvénile survolait Neerijse (VB) et un jour plus tard, un oiseau subadulte survolait Sint-Andries (WV). Un oiseau porteur d'une balise né aux Pays-Bas l'année dernière a passé la nuit du 11 au 12 février dans la forêt de Meerdaal à Oud-Heverlee (VB) et le 12 février, il était aperçu par hasard près de Baasrode (OV) alors qu'il rentrait aux Pays-Bas. Le 13 février, un première année était vu à trois endroits entre Malines (AN) et Bornem (AN), le 17 février, un première année également était vu au Zwin à Knokke (WV), le 19 février, un autre était vu au-dessus de Bornem (AN), et entre les 20 et 27 février enfin, au moins deux individus étaient observés entre Doel (OV) et Kieldrecht (OV), dans la région communément appelée 'Linkeroever'.

Quand on voit apparaître une observation de Buse pattue (Buteo lagopus) sur la page d'accueil d'Observations.be, on peut trop souvent s'attendre à ne pas en trouver une. En cas de doute, n'oubliez pas de regarder attentivement ces photos pour voir si votre oiseau ne ressemble pas à l'un de ceux-ci. Ce fut donc une belle surprise lorsqu'en cliquant sur une observation faite à Elsenborn le 27 février, c'est belle et bien une Buse pattue mâle adulte magnifiquement documentée qui est apparue à l'écran ! La seule Buse pattue documentée de ce mois-ci ; elle reste un visiteur rare.

Pygargue à queue blanche Haliaeetus albicilla, Doel, 20 février 2021 (©Ronny De Malsche)

Buse pattue Buteo lagopus, Elsenborn, 27 février 2021 (©Koen Lepla)

Nous l'avions évoqué dans la chronique de janvier, mais comme l'histoire s'est avant tout déroulée en février, il est temps d'en raconter la suite. Cette histoire, c'est bien sûr celle du Chevalier grivelé (Actitis macularius) des lacs de l'Eau d'Heure à Cerfontaine (NA) ! Alors que l'hiver touche à sa fin, on peut dire sans risquer de se tromper qu'il fut le joyau de la saison, et cela se voit dans les statistiques. Depuis sa découverte jusqu'au 10 février, dernier jour où il a été vu, pas moins de 250 ornithologues lui ont rendu visite. C'était pour beaucoup une nouvelle espèce ; d'autant plus bienvenue pour celles et ceux qui avaient raté le seul autre oiseau cochable de notre histoire (rive gauche anversoise en 2011). Le fait que l'oiseau soit parti au milieu d'un coup de froid était, espérons-le, un mouvement naturel et non le résultat d'un dérangement. On ne répétera jamais assez que lorsqu'on observe un oiseau (et surtout lorsque l'on twitche) il est essentiel de tenir compte de son bien-être et de respecter les autres observateurs qui souhaiteraient le voir.

Chevalier grivelé Actitis macularius, Cerfontaine, 5 février 2021 (©Axel Smets)

Chevalier grivelé Actitis macularius, Cerfontaine, 10 février 2021 (©Christian Vandeputte)

Chevalier grivelé Actitis macularius, Cerfontaine, 3 février 2021 (©Olivier Dupont)

Chevalier grivelé Actitis macularius, Cerfontaine, 7 février 2021 (©Vincent Legrand)

Il y a d'un côté le camp des fanatiques des laridés (avec ceux qui en savent beaucoup et ceux qui aimeraient en savoir beaucoup) et de l'autre, le camp de ceux qui se refusent à faire mieux que les appeler « mouettes ». Mais les deux camps ne peuvent que s'unir lorsqu'un goéland rare apparaît, car il est difficile de ne pas être enthousiasmé par l'arrivée d'un Goéland à ailes blanches (Larus glaucoides). Mark Jacobs a eu de la chance quand, le 10 février à Koksijde (WV), deux Goélands à ailes blanches différents sont passés en un quart d'heure !

Un Pipit de Richard (Anthus richardi) était observé au Zwin à Knokke (WV) jusqu'au 19 février, ce qui signifie qu'il a survécu à la vague de froid ! Moins bonne nouvelle du côté du Vicognepark de Bredene (WV) : Bruno le Pouillot brun (Phylloscopus fuscatus) ne s'est pas fait entendre depuis le 11 février. Une rumeur circule selon laquelle il n'aurait pas survécu, mais nous lui souhaitons de tout cœur d'avoir rejoint des latitudes plus clémentes. Une chose est sûre cependant, c'est que dorénavant ce sera plus calme au Vicognepark, sans le joyeux appel de Bruno le brubo. C'est la plus longue période de présence d'un Pouillot brun jamais enregistrée dans notre pays : découvert le 13 novembre 2020, cela fait donc pas moins de 3 mois ! Le dernier jour du mois, le 28 février, un Pouillot de Pallas (Phylloscopus proregulus) était découvert dans le Everbeekse Bossen à Everbeek (OC). Plusieurs Pouillots de Sibérie (Phylloscopus collybita tristis) ont également été observés : le 2 février près de Geel (AN), le 5 février à Sterrebeek (VB), du 11 au 14 février à Moorsele (WV) et le 23 février à Herseaux (HA).

Pouillot de Sibérie Phylloscopus collybita tristis, Sterrebeek, 5 février 2021 (©Vincent Legrand)

La Corneille mantelée (Corvus cornix) de Kortemark (WV) est encore restée dans la région pendant tout le mois. Le 12 février, les quatre seuls Jaseurs boréaux (Bombycilla garrulus) de ce mois étaient vus à Assebroek (WV), et sont devenus introuvables peu après leur découverte. Il est clair que les mouvements des jaseurs vers notre région ne sont guère fonction du froid. Il semble par contre qu'il y avait encore beaucoup de baies à trouver dans le Nord, et on ne peut pas leur en vouloir pour ça !

Ce qui est frustrant par contre, c'est que le Tichodrome échelette (Tichodroma muraria) de Dinant (NA) soit aussi difficile à observer ! Après des jours ou même des semaines d'absence, il réapparaît soudainement dans la ville, comme s'il n'était jamais parti. Et quand vous planifiez un voyage pour voir cet oiseau unique, il reste introuvable ! Il était vu plusieurs jours entre les 10 et 16 février, parfois très bien pour quelques chanceux.

Tichodrome échelette Tichodroma muraria, Dinant, 13 février 2021 (©Christian Vandeputte)

À chercher en mars

L'hiver a ses charmes bien sûr, mais avec le beau temps que nous avons eu ces dernières semaines, la fièvre du printemps commence vraiment à se faire sentir. Et cela n'est pas différent pour les oiseaux ! La migration bat déjà son plein, ce qui signifie bien sûr qu'il y aura davantage de mouvement dans les raretés. La période à venir est idéale pour rechercher entre les Sarcelles d'hiver la version américaine, à bande verticale blanche sur le côté de la poitrine. Et si vous voulez vraiment relever un défi, essayez de trouver une femelle ! Si vous n'êtes pas encore d'humeur printanière, dites-vous bien que le premier Œdicnème criard (Burhinus oedicnemus) sera bientôt là ! Mais un aigle de passage comme l'Aigle royal (Aquila chrysaetos) qui a récemment visité les Pays-Bas, c'est bien sûr un autre niveau ! Et c'est un événement qui n'est peut-être pas aussi éloigné que nous le pensons. Les observations d'Aigles royaux aux Pays-Bas ont augmenté ces dernières années, et le fait que l'espèce ait commencé à se reproduire au Danemark au début du siècle pourrait ouvrir de nouvelles perspectives ! Autre oiseau sympathique, un Aigle de Bonelli (Aquila fasciata) a probablement passé tout l'hiver au Danemark, et devra certainement retourner un jour vers ses zones de reproduction. Mars semble être le bon mois pour cela. Personne ne sait ce qui sera vu ce mois-ci, mais ce qui est sûr c'est qu'il y aura quelque chose !

Aigle royal Aquila chrysaetos, Housta, 18 mars 2020 (©Sacha D'Hoop)

Joachim Pintens, Olivier Dupont

Discussie

Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.