Hoewel januari soms een eindeloze maand lijkt, zit de eerste maand van 2026 er alweer op! Het was een vrij typische wintermaand, met weinig mega-zeldzaamheden, maar toch genoeg om allerlei jaarlijsten te beginnen vullen. Wat er allemaal werd waargenomen lees je hieronder, in het allereerste overzicht van 2026!
Overzicht
Zoals gewoonlijk in de winter trapt Roodhalsgans het overzicht af. Er werden in een vijftal gebieden exemplaren gezien, maar niemand die weet hoeveel er daarvan ‘echt’ wild zijn. Een ongeringde Sneeuwgans in de omgeving van Wachtebeke (O) trok wel wat bekijks, bij deze soort is een wilde oorsprong nog wat onwaarschijnlijker. Dwergganzen werden gezien op 7 januari bij Diksmuide (Diederik D’Hert), en vanaf 31 januari in de Bourgoyen-Ossemeersen bij Gent (O) (Geert & Ilya Spanoghe). Een groep van acht Wilde zwanen bij Turnhout (A) was een mooi aantal. De soort werd in totaal op een 15-tal locaties gezien. Voor Krooneend ging het om zes gebieden, met zes exemplaren als hoogste aantal. Van Witoogeend werden vier exemplaren gezien. Er werden verschillende IJseenden gezien, waaronder verschillende langdurig verblijvende exemplaren. In totaal ging het om negen exemplaren, een mooi aantal voor deze soort in ons land!
Ook Roodhalsfuten deden het goed, met waarnemingen op een 15-tal plaatsen. En ook de zes Kuifduikers was een leuk aantal. Naar het einde van de maand toe was er wat beweging van Kraanvogels. Bizar was de Kwartelkoning die op 4 januari als verkeersslachtoffer werd gevonden bij Ragnies (H). Er zijn slechts een handvol winterwaarnemingen van deze soort die in Afrika overwintert. Op 4 januari spoelde een verzwakte Papegaaiduiker aan bij Het Zwin bij Knokke (W). De vogel werd overgebracht naar het VOC van Oostende, en kon later in de maand opnieuw worden vrijgelaten. Dezelfde dag vloog ook een exemplaar langs Wenduine (W), 10 dagen later werd een dode vogel gevonden op het strand bij Oostende (W).
Op zes locaties werd een Parelduiker gezien, twee ervan zaten diep in het binnenland.
Ook IJsduikers werden in het binnenland gezien, op drie verschillende plaatsen. Aan/langs de kust waren er ook verschillende meldingen van deze soort. Op de Spuikom bij Oostende (W) overwinterde nog steeds een onvolwassen Kuifaalscholver. Kwakken werden van acht locaties gemeld. Het hoogste aantal Koereigers deze maand was slechts 55 exemplaren, deze werden op 31 januari geteld bij Ploegsteert (H). Vanaf 14 januari was een Grijze wouw aanwezig bij Esen in de IJzervallei (W). Leuk was de Zwarte wouw die op 18 januari werd gefotografeerd bij Doel (O). Het koppel Zeearenden van de Blankaart (W) was alweer vaak bij hun nest te vinden.
Bij Anzegem (W) en Remersdaal (L) werd een Hop waargenomen. De overwinterende Klapeksters bleven zoals gewoonlijk allemaal netjes in de oostelijke helft van het land. Tussen Nieuwpoort (W) en Westende (W) werd nog geregeld de overwinterende Bonte kraai gezien. Op 11 januari werd ook bij Zeebrugge (W) een vogel gefotografeerd. Waarnemingen van Buidelmees bleven beperkt tot Oost- en West-Vlaanderen, met voor elke provincie waarnemingen op drie locaties.
Kuifleeuweriken waren nog aanwezig langs de westkust en op het strand van Zeebrugge (W), bij De Haan (W) werd nu ook een zingende vogel gemeld. In Het Zwin (W) werden tot 17 overwinterende Strandleeuweriken geteld, een mooi aantal in vergelijking met de afgelopen winters! In het begin van de maand waren bij Oostmalle (A) ook twee exemplaren aanwezig.
Graszangers werden uit maar 30 km-hokken gemeld, dat zou naarmate het voorjaar vordert snel meer moeten gaan worden. Op 18 locaties werden Witkopstaartmezen gemeld, dat is meer dan in een doorsnee winter. Erg leuk was de Humes bladkoning die op 3 januari door Olivier Dupont in Elsene (B) werd gevonden tijdens de zoektocht naar een Pallas’ boszanger die daar de dag voordien was gefotografeerd!
Er werden ook nog drie Bladkoningen gezien deze maand. De eerder genoemde Pallas’ boszanger van Elsene (B) werd daar nog t.e.m. 9 januari gezien, maar bleek vaak lastig te vinden. Uit het niets werden op 24 januari plots twee groepjes Pestvogels gezien. Vanaf 13 januari was een Beflijster aanwezig bij de decantatiebekkens van de suikerfabriek bij Veurne (W), een leuke wintersoort! In hetzelfde thema passen ook de twee Grote piepers die de winter doorbrengen in de Uitkerkse Polders.
En ook de Roodkeelpieper die in december werd waargenomen in Het Zwin (W), was daar deze maand nog steeds aanwezig. Daar werden ook nog af en toe een Frater en twee IJsgorzen gemeld. Sneeuwgorzen tenslotte werden voornamelijk van de oost- en westkust gemeld, met 34 exemplaren bij Oostduinkerke als hoogste aantal.
Een welgemeende dank uiteraard aan alle waarnemers, én aan de fotografen voor het gebruik van hun foto's!
Gezocht in februari
Hoewel het nog volop winter zou moeten zijn, hinten enkele zachte dagen al volop op de lente. Komt er nog een winterprik die wat beweging brengt, of begint de voorjaarstrek binnenkort, en kunnen we beginnen hopen op een vroege Kuifkoekoek? Meeuwenslaapplaatsen afkijken kan in februari zeker iets opleveren, misschien eindelijk nog eens een twitchbare Lachmeeuw of Kleine kokmeeuw? Of misschien zit er op die plas dan net een Pacifische parelduiker? ‘Iets’ zit er zeker, het is alleen een kwestie van het te vinden!
