Maart leverde al heel wat aankomende voorjaarssoorten op, met een paar echte zeldzaamheden. Topsoort van de maand was echter geen vogel, maar een zoogdier! Lees er alles over in onderstaand overzicht!
Overzicht
In de IJzervallei (WV) en bij Kanegem (WV) werd nog een Roodhalsgans gezien, alvast die laatste leek eerder een dubieuze oorsprong te hebben… In het begin van de maand was er nog een Dwerggans aanwezig bij Merkem (WV), vanaf de 18e zat er eentje bij Kieldrecht (OV), terwijl de vogel van de Uitkerkse Polders (WV) als hybride werd ontmaskerd.
Op een tiental plaatsen werden Wilde zwanen gezien, de grootste groep was nog steeds die van negen exemplaren in de buurt van Turnhout (AN). Een vrouwtje Siberische taling dat aan de Nederlandse kant van de Maas zat, vloog ook éénmaal over Belgisch grondgebied. Met maar zes aanvaarde gevallen op de teller blijft dit een heel erg zeldzame soort!
Er werden in maart slechts een vijftal solitaire Krooneenden gezien. Ook Witoogeenden waren enkel solitair aanwezig, daarvan werden drie exemplaren gezien. De IJseend van Put Polderwind bij Zuienkerke (WV) bleef daar nog de hele maand aanwezig.
Op 12 maart ontdekte Koen Verbanck een mannetje Amerikaanse wintertaling bij Stuivekenskerke (WV). Hoewel deze (onder)soort tegenwoordig bijna jaarlijks opduikt, en ondertussen weer als ondersoort wordt beschouwd, blijft dit een leuke vondst. Indien aanvaard wordt dit het 34e Belgische geval.
Roodhalsfuten werden op een tiental locaties gezien, vier exemplaren samen op AWW5 bij Eeckhoven (AN) was een mooi aantal! Daar zaten deze maand ook twee Kuifduikers, net zoals op twee andere locaties. In totaal werd deze soort op zes plaatsen gezien. Op en 5 maart was er nog een piekje van doortrekkende Kraanvogels. Doorheen de maand werden op 14 plekken Porseleinhoentjes waargenomen, een duidelijk teken dat het voorjaar nu echt wel op gang kwam. Er werden ook vier Grielen vastgesteld, drie daarvan betroffen nachtelijke opnames op een geluidsrecorder. Op 20 maart zat de eerste Steltkluut in de IJzervallei (WV). De adulte Ringsnavelmeeuw zat nog t.e.m. de 17e bij Torhout (WV).
De derde kalenderjaar Kleine burgemeester van Zelzate werd de op 12 maart het laatste gezien, op 14 maart zat een tweedejaars vogel bij Westkapelle (WV). De enige Parelduiker van de maand zat t.e.m. 9 maart bij Lommel (LI), de enige IJsduiker vloog op 1 maart langs Bredene (WV). Verrassend was de Kuifaalscholver die op 21 maart langs vloog bij Lustin (NA). Kwakken werden van vijf locaties gemeld. Het aantal Koereigers op de slaapplaatsen nam verder af, met op 29 maart nog ‘maar’ 90 exemplaren die kwamen slapen in De Blankaart (WV). Op het eind van de maand werden de eerste drie Purperreigers van het voorjaar gezien. Grijze wouwen werden op vijf locaties gezien. Het ornithologische hoogtepunt van de maand was wellicht de immature Havikarend die op 28 maart door Thibault Mariage werd gefotografeerd bij Burdinne (LG). De soort duikt de afgelopen jaren iets vaker op, er zijn tot nu toe 13 aanvaarde gevallen.
Op 28 en 29 maart werden twee mannetjes Steppekiekendief gezien. De vier Hoppen waren, net zoals een aantal andere soorten in dit overzicht, duidelijke voorbodes van het aankomende voorjaar. Het kaartbeeld van waar Klapeksters werden gezien, bleef redelijk ongewijzigd tegenover de voorbije wintermaanden. Er waren meer Buidelmezen dan normaal, met meldingen op een 15-tal locaties. Bij Lier (AN) zaten tot zes exemplaren samen. Kuifleeuweriken werden waargenomen aan de westkust, en ook bij Zeebrugge (WV) was nog een vogel aanwezig. Het aantal zingende Graszangers nam sterk toe deze maand, met nu al meldingen uit 119 km-hokken (tegenover 29 in februari). Op 23 maart zong de eerste Snor bij Kruibeke (OV). De overwinterende Grote pieper van Uitkerke (WV) werd daar nog doorheen de maand gezien, ook bij Mechelen (AN) en Ingooigem (WV) waren er meldingen van deze soort. Ook de Roodkeelpieper van Het Zwin (WV) werd daar op 4 maart nog gezien. De enige twee Sneeuwgorzen van de maand zaten nog bij Oostduinkerke (WV). Verrassend waren de Cirlgorzen die werden gezien en gefotografeerd bij Péronnes-lez-Antoing (HA) op 21 maart door Ronald Rasseneur, en bij Neerharen (LI) op 24 maart door Vincent Loyens. Beide vogels konden jammer genoeg niet worden teruggevonden.
Hoogtepunt van de maand was voor velen ongetwijfeld geen vogel, maar wel de Beloega die op 18 maart door Peter Wijnsouw werd ontdekt vanaf de trektelpost De Fonteintjes bij Zeebrugge (WV), en die daarna de hele namiddag langs de kust kon worden gevolgd, zwemmend richting zuidwesten.
Een welgemeende dank uiteraard aan alle waarnemers, én aan de fotografen voor het gebruik van hun foto's!
Gezocht in april
In april barst het voorjaar echt los, en wordt het lijstje met potentiële soorten elke dag langer. Overtrekkende roofvogels op telposten, pleisterende steltlopers aan water, zingende zangvogels in bosjes en struweel, het zijn allemaal mogelijkheden deze maand! Ongetwijfeld komt er binnenkort een melding van een Grijze gors ergens in ‘de Ardennen’, een twitchbaar exemplaar zou voor velen welkom zijn! Ook de langverwachte eerste Belgische Stelt- en Grijze strandlopers zouden heel wat volk trekken! Naast heel zeldzame soorten zijn er deze maand genoeg andere soorten om van te genieten, en is het vooral een kwestie van zo veel mogelijk buiten te zijn!
